Het vaststellen van het geslacht door middel van DNA-analyse is dus feitelijk de enige manier om zekerheid te krijgen over het geslacht van nestjongen. Daartoe worden enkele borstveertjes verwijderd die vervolgens in een laboratorium onderzocht worden. Hoewel de jonge uilen hiervan geen nadeel ondervinden valt dit in Nederland onder de wet op de dierproeven en moet hiervoor dus een vergunning afgegeven worden. Dat gebeurt als er aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt er sprake is van een goed gekeurd onderzoeksplan. Het is dus zeker niet zo dat iedereen dit zo maar mag doen.
Recent heeft men in Duitsland in het kader van een uitgebreid onderzoek naar de achteruitgang van de steenuil, van een groot aantal jongen het geslacht bepaald. En wat bleek: op het eind van de nestperiode bleken er meer vrouwtjes in leven dan mannetjes, met name in broedsels met meer dan 3 jongen. Daaraan kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de overlevingskans van vrouwtjes groter is dan van mannetjes. Ze immers net wat groter (en sterker?) en wetern daardoor wellicht meer prooi weten te bemachtigen. Hier wordt dit seizoen verder onderzoek naar gedaan.
Op de site heb ik overigens enkele foto’s geplaatst die het verhaal van gisteren illustreren: onder andere van een vrouwtje waarbij de broedvlek goed te zien is en van een overleden mannetje waarop sectie is gepleegd. Soms levert controle van de broedvlek verrassende resultaten op zoals op de tweede foto te zien is.