Beleef_de_lente_header

-

Bezoekers online

Steenuil

De steenuilen zijn uitgevlogen, maar bezoeken nog regelmatig de nestkast. Je kan nog live meekijken op: www.steenuil.nl/beleef-de-lente

steenuil

Dit weblog wordt beheerd door:
Joep STONE

Joep STONE

Ronald STONE

Ronald STONE

Pascal STONE

Pascal STONE

Christ Ken en Geniet

Christ Ken en Geniet

BDLRedactie

BDLRedactie

Jul 01.07.2016
11:56 uur
Pascal STONE

Voedsel en conditie

Vandaag het derde en tevens laatste deel waarin de resultaten van ons nestonderzoek rond Winterswijk worden gepresenteerd: het voedsel en de conditie van de jongen. Voldoende voedsel betekent een betere conditie van de jongen en dus een grotere overlevingskans in het nest en na het uitvliegen.

Voedsel

Bij het groot brengen van een nest jongen draait om één ding: voldoende voedsel aanslepen voor de altijd hongerige kroost. Op de webcam hebben we dat dit jaar weer prachtig kunnen zien en door het noeste telwerk kon wekelijks een overzicht van de indrukwekkende prooiaanvoer worden gemaakt. Zondag presenteert Ronald in het blog het jaaroverzicht van de prooiaanvoer van onze webcamfamilie.

 

Onze webcamkuuks zijn niets te kort gekomen dit jaar - tenzij ze een hekel hebben aan muis en meikever, dan was het letterlijk en figuurlijk wel even slikken ...

De 24/7 webcam biedt een perfecte mogelijkheid om de prooiaanvoer nauwkeurig in beeld te brengen, wat bij andere nesten natuurlijk nooit lukt. Om niettemin een indruk te krijgen van het voedselaanbod noteren we tijdens de nestbezoeken consequent alle resten van gewervelde prooien die we aantreffen, zoals muizen, vogels en kikkers. U kunt zich vast nog wel de smakelijke beelden uit vlog 4 herinneren!

 

Deze manier van prooitellen geeft vanzelfsprekend maar een beperkt inzicht in het voedselspectrum, omdat klein grut zoals meikevers, rupsen, regenwormen enz. daarbij buiten beeld blijven. Maar muizen zijn wel een belangrijke voedselbron en zijn een onmisbare factor in het broedsucces.

Het muizentellen geeft dus een goede indruk van het aanbod aan en de soort muizen. Door de aantallen muizen te corrigeren voor de kans op vinden (bij een nest met kleine jongen is de kans om prooivoorraad aan te treffen groter dan bij grote jongen), kunnen we jaren onderling vergelijken. Die berekening moeten we overigens nog maken.

 

De verwachtingen waren hoog gespannen, want door het overvloedige aanbod aan eikels afgelopen najaar en de daaropvolgende zachte winter hadden we stiekem  al gehoopt om veel bosmuizen als prooi aan te treffen, een favoriete prooi van steenuilen.

Dat bleek uit te komen. In totaal troffen we 233 resten onder de noemer "muizen" aan (ware muizen, woelmuizen, spitsmuizen en bruine rat). Met in de top drie: de bosmuis op de eerste plaats met 103 exemplaren, gevolgd door de veldmuis op de tweede plaats (75 ex.), en op de derde plaats de rosse woelmuis (27 ex.).

 

Conditie

Nu was natuurlijk de vraag hoe het goede aanbod aan muizen (én meikevers niet te vergeten) zou doorwerken op de gewichten van de jongen en de daarvan afgeleide conditie.

 

Bij alle nestbezoeken hebben we de jongen gewogen. Door het gewicht te delen door het referentiegewicht dat bij de leeftijd hoort, krijgen we een verhoudingsgetal dat een maat is voor de conditie: de conditie-index. Is de conditie-index 1,00 dan zit een jong precies op zijn streefgewicht. De gemiddelde conditie-index die we over alle jaren (1998-2015) hebben berekend is dan ook niet toevallig precies 1,00.

 

Tijdens het veldwerk bleek al snel dat de jongen in de meeste nesten prima op gewicht waren, vaak zelfs fors boven hun referentiegewicht. Zo waren veel jongen van rond de 20 dagen al zwaarder dan het gewicht dat ze normaal hebben op hun 30ste (de uitvliegleeftijd). Op 18 juni troffen we zelfs het zwaarste jong ooit aan: 202 gram, ruim 50 gram zwaarder dan het referentiegewicht (zie vlog 8)!

 

Als we alle conditiemetingen van 2016 op een rij zetten, dan komen we op een gemiddelde conditie-index van 1,08 (gebaseerd op metingen tijdens de ringbezoeken). Dat betekent dat de jongen dit jaar gemiddeld maar liefst 8% zwaarder waren dan normaal. Dat lijkt misschien een klein verschil maar juist omdat het een gemiddeld getal is, is het feitelijk een heel groot verschil.

2016 scoort daarmee overigens precies even goed als topjaar 2014, en deze twee jaren zijn dan ook wat conditie betreft de twee absolute toppers in de tijdreeks sinds 1998.

 

De webcamjongen passen prachtig in dit plaatje: die hadden op het ringbezoek een gemiddelde conditie-index van 1,09. Niet vreemd, als je de indrukwekkende prooiaanvoer in acht neemt!

 

We kunnen dan ook concluderen dat behalve een hoog broedsucces er dit jaar bovendien jongen zijn uitgevlogen met een prima conditie. Dat biedt een goed vooruitzicht op de overlevingskansen. Al met al kunnen we in de regio rond Winterswijk spreken van een prima broedjaar! Onze welvarende webcamfamilie is daarmee dus representatief voor de Winterswijkse steenuilen.

 

Terug naar weblog overzicht
Adbdl-actielid-142x415